Teun

Naam: Teun
Leeftijd: 91 jaar
Functie: Majoor b.d. der Limburgse Jagers
Missie: Nieuw-Guinea 1960 – 1962
Teun is geboren in Malang, Nederlands-Indië als kind van een vader die kapitein vlieger was van het KNIL. Teun groeide op in Nederlands-Indië en het gezin heeft in meerdere plaatsen gewoond zoals in Bandung, Batavia, Malang en Palembang. Teun is 8 jaar als de Japanse invasie in volle gang is wordt het gezin , zonder de vader die in een mannenkamp werd opgesloten., in het Tjihapit-kamp in Bandung gevangen gezet. Na enige maanden werd Teuns moeder opgepakt door de Kempetai en in de gevangenis gezet, waar zij 9 maanden heeft gezeten.
De familie heeft nooit geweten waarom dit gebeurde.
Teun en zijn jongere broer logeren in die tijd bij de grootouders die nog niet waren geïnterneerd. Toen moeder werd vrij gelaten werden zij naar kamp Solo overgeplaatst en daarna naar kamp Lampersari in Semarang, een zeer slecht kamp. Teun was bang dat hij naar een jongenskamp moest omdat hij intussen al 12 jaar oud was. De bewaking van het kamp was intussen veel slapper geworden omdat de Jappen veel personeel nodig hadden om te vechten tegen de Amerikanen in de Pacific. Op een dag stond Teun bij de hoofdpoort van het kamp toen er een autobus aankwam met blanke mannen De eerste die uitstapte was Teuns vader! Het gezin was weer compleet. Zijn vader bleek gewond te zijn aan een been bij een bombardement op het vliegveld Andir bij Bandung.
Intussen was de Indonesische bevolking in opstand gekomen, de Bersiap De Hollandse mannen uit de bus waren uit het mannenkamp gehaald om de vrouwenkampen te beveiligen tegen de Indonesische rampokkers. Teuns vader heeft het gezin uit het kamp gehaald omdat het te gevaarlijk was geworden. Vader bracht het gezin naar de haven waar het passagiersschip "de Egra", lag dat naar Batavia heeft ging. Daar aangekomen was het ook gevaarlijk en werd het gezin weer in een kamp geplaatst, dat bewaakt werd door Brits- Indiërs.
Teun liep hier een longontsteking op en werd opgenomen het ziekenhuis. Na een paar dagen werd Teun door zijn vader op een avond wakker gemaakt met de woorden::" kom we gaan vliegen " waarop hij Teun meenam naar het vliegveld Kemajoran bij Batavia. Hier stond een B25 Bommenwerper die gebruikt werd als transportvliegtuig. Het gezin stapte in, met nog twee gezinnen, en vlogen via Balikpapan, eiland Timor naar Darwin in Australië. Het gezin heeft ongeveer een jaar gewoond in de buurt van Brisbane en zijn daarna in 1947 per schip naar Nederland vertrokken. In Overveen kon het gezin bij een zuster en zwager van Teuns vader logeren, waarna ze verhuisden naar Zeist.
Na de lagere school volgde Teun de HBS. Want hij wilde net als zijn vader piloot worden, maar strandde bij de medische keuring vanwege een lichte gehoorbeschadiging. Tijdens het eindexamen HBS kreeg Teun een acute blindedarm ontsteking waardoor hij het examen niet kon afmaken. Tegelijk kreeg hij een brief met de plicht zich te melden voor zijn dienstplicht. Dit is het begin van de militaire carrière van Teun.
In de brief stond dat hij zich moest melden in Roermond waar hij de basisopleiding moest volgen tot militair. Daarna volgde hij de officiersopleiding aan de School voor Reserveofficieren bij de infanterie te Ermelo. Na voltooiing van de opleiding en bevordering tot vaandrig werd hij ingedeeld bij het 45'ste Bataljon Infanterie te Steenwijk in de functie van pelotonscommandant. Hier heeft hij bijna 3 jaar gewerkt en is beroepsofficier geworden. In mei 1958 heeft hij zich opgegeven voor uitzending naar Nieuw Guinea bij het nieuw opgerichte 6de Bataljon infanterie, onderdeel van het Regiment Oranje Gelderland. In oktober 1960 vertrok Teun per schip naar Nieuw Guinea. Hij werd ingedeeld als pelotonscommandant bij de C-compagnie, dat werd gelegerd in Fak-Fak, dat aan de kust ligt.
"Wij hadden als taak het verdedigen van Nieuw-Guinea. Wij voerden daartoe regelmatig patrouilles uit in een groot gebied om Fak-Fak. Dat gebied bestond uit dicht oerwoud. Wegen waren er niet, alleen smalle paden. Omdat het aan de kust ligt werden patrouilles ook gedeeltelijk per boot uitgevoerd. Extra moeilijk was het feit dat er geen kaarten bestonden van Nieuw Guinea".
Eén van de patrouilles die Teun heeft uitgevoerd was de volgende.
Teun kreeg opdracht een gebiedsverkenning uit te voeren. Het eerste deel ging per LCPR naar 2 eilandjes, vandaar per prauw oversteken naar het vasteland, te voet naar een rivier waar prauwen zouden liggen om daarmee de rivier af te zakken naar de kust.
De Papoea's op de eilandjes waarschuwden Teun dat het terrein zeer moeilijk begaanbaar zou zijn. De patrouille is toch conform de opdracht over het pad gegaan en kwam moeizaam vooruit. Halverwege de afstand naar de rivier was een laag heuveltje met bamboe waar een bivak werd gemaakt De volgende dag werd gaandeweg het terrein hoger en droger. In de middag kwam de patrouille aan bij de rivier, waar wij geen prauwen aan troffen zo als afgesproken Dit meldde Teun aan zijn commandant via de radio. Het antwoord luidde : "keer terug".
Daar had Teun grote bezwaren tegen. Hij had intussen al gezien dat de rivier een getijde rivier was, met een verval van zeker 1,50 m, en dus een betere mogelijkheid om terug te keren, bijvoorbeeld per vlot. De commandant ging akkoord. De patrouille ging meteen aan de slag, en met hulp van de dragers werd het vlot in 1,5 dag gebouwd. Dat met zijn lengte van ongeveer 10 meter en 5 meter breed toch erg groot leek. Daarna werd afscheid genomen van de dragers en bij hoog water ging de patrouille aan boord.
"De reis begon niet goed omdat in een bocht een boom over de rivier was gevallen. Na het vrij maken van de route ging de reis verder. Na ongeveer drie dagen kwamen we bij de monding van de rivier aan bij een kampong. Hier werd de patrouille opgehaald door de gouvernement boot. Een paar maanden later werd wij het oerwoud in gestuurd omdat er Indonesische parachutisten waren geland, ten zuiden van Fak Fak. We wisten waar we voor opgeleid waren, maar nu was het echt. Het oerwoud is dicht en het zicht was 5 tot 10 meter over smalle paden. Het tempo is vertraagd. Wat het moeilijk maakte was dat de Indonesiërs in grote cirkels liepen. Wij waren een goede drie weken bezig en ons voedsel begon op te raken. Via de radio heb ik om een voedsel dropping gevraagd. We hadden een open stuk bos bereikt en hebben daar bivak gemaakt. Via de radio heb ik doorgeven dat het vliegtuig ten oosten van de hoge heuvel moest blijven vliegen en dat er bij nadering een seinpatroon werd afgeschoten. Het liep allemaal geweldig en wij hadden weer te eten".
De volgende dag vond er een schoten wisseling plaats. Bij het peloton waren geen gewonden of erger. Bij de Indonesiërs was er één dode. Een paar dagen later kreeg Teun het radiobericht dat hij het peloton moest overdragen aan zijn opvolger die al vanaf het begin had meegelopen.
Teun moest zich bij terugkomst in de kazerne klaarmaken voor een nieuwe opdracht. Twee maanden later was zijn uitzending beëindigd.
In 1962 keert Teun terug naar Nederland, en wordt geplaatst bij de School Reserve Officieren der Infanterie als instructeur. Hier blijft hij 3 jaar waarna hij naar De Legerplaats Seedorf in Duitsland gaat bij het 42e Pantserinfanterie bataljon Limburgse Jagers. Teun maakt eerst onderdeel uit van de staf en wordt daarna compagniescommandant.
Voor dat Teun in 1987 met pensioen heeft hij nog meerdere andere functies vervuld binnen de Krijgsmacht.
Alle foto's en tekst zijn eigendom van de desbetreffende veteraan en het is nadrukkelijk verboden deze te gebruiken zonder schriftelijke toestemming van deze veteraan. Wilt u in contact komen of heeft u een vraag, stuur ons een mail via de contact pagina.

