Jörgen

Naam: Jörgen
Leeftijd: 54 jaar
Functie: korporaal b.d. Koninklijke Landmacht
Missie: UNPROFOR T7 Voormalig Joegoslavie 1993-1994
Jörgen is 22 jaar oud als hij wordt opgeroepen voor zijn dienstplicht. Als Haarlemse jongen is Jörgen net klaar met zijn opleiding tot Timmerman.
Als Jorgen de oproep krijgt om zijn dienstplicht van 9 maanden te vervullen besluit hij om er een nuttige tijd van te maken en tekent hij vrijwillig voor een uitzending naar het voormalig Joegoslavië, waar op dat moment een hevige burgeroorlog gaande is.
Jorgen komt op in Ossendrecht en volgt daar de AMO (algemene militaire opleiding) waar hij de basisvaardigheden krijgt aangeleerd. In de weken daarna wordt Jorgen klaargestoomd in de VAMO (voortgezet algemene militaire opleiding) om als 'blauwhelm' te kunnen optreden in Joegoslavië onder de VN vlag. Jorgen volgt nog een korte rijopleiding in Venlo alvorens hij op uitzending gaat.
"Wij werden getraind om te leren omgaan met het oorlogsgeweld, zoals schieten met diverse wapens, handgranaten gooien en tijgeren over de bekende stormbaan. In deze periode is de saamhorigheid met maten ontstaan.
In november 1993 vertrekt Jorgen naar Split in Kroatië waar hij gestationeerd is bij de Aan en Afvoertroepen op de 'logbase'.
Deze locatie is voor de Nederlandse blauwhelmen een bekende plek waar hun VN-missie start en waar Nederland hun logistieke base heeft.
Jorgen is, als korporaal, de chauffeur van de majoor die eveneens commandant is van de 'base' in Split.
De VN-taak was gericht op het indammen van de oorlog, leveren van humanitaire hulpgoederen, het beveiligen en de bevolking in VN-gebieden beschermen tegen aanvallen.
"Ik was de chauffeur van de majoor en wij hebben samen heel wat kilometers gemaakt in Bosnië.
Vanuit Nederland kreeg de majoor onder andere operationele opdrachten om in bepaalde gebieden te kijken en daar de situatie te beoordelen en deze informatie weer te delen met de legerstaf.
Ik heb veel, door oorlog geteisterde, steden gezien. Steden zoals Mostar, Tuzla, Vitez en Metcovic waar weinig over was van de huizen. Sommige steden waren echt een spookstad. Op een aantal van deze ritten werden wij begeleidt door Engelse Scorpions tanks. Dit zijn kleine tanks met een bewapening ter beveiliging van VN-militairen. Het gebeurde regelmatig dat VN-eenheden werden beschoten. Door de minimale bewapening van de Nederlandse VN militairen konden wij niets uitrichten met onze uzi.
Routes zoals 'Bon Bon Alley' of 'sniper alley' waren levensgevaarlijk. Als je daar doorheen gereden was controleerde je gelijk de auto of je nog vrij was van kogelgaten. Achteraf zijn dat wel hele bizarre momenten, maar daar ben je op dat moment niet zo mee bezig, dat komt later".
Bon Bon Alley verwijst naar de plaatsen waar Bosnische kinderen, vaak met gevaar voor eigen leven, "Bon-bon!" (snoepjes/lekkers) riepen naar voorbijrijdende VN-konvooien.
Kinderen bedelden om eten en snoep tijdens de hongersnood in het land. VN-militairen deelden vaak hun eigen rantsoenen (lunchpakketten) uit via de ramen van hun voertuigen.
"In Bosnië kwam je regelmatig in een road-block waar een van de strijdende partijen stond te controleren wie hun gebied binnen kwam. Als Nederlanders hadden wij het best goed voor elkaar en gaven deze road-blocks weinig problemen. In ruil voor sigaretten of schriften en pennen en klein praatje werd je snel doorgelaten. Dit is de handelsgeest van de Nederlander en het vrijkopen van een vrije doorgang.
Wel grappig om te zien hoe blij ze waren met de floating pennen, waarbij een boerin van de ene naar de andere kant van de pen beweegt als je de pen kantelt".
Jorgen vertelt dat zijn majoor een logistieke man was van de Intendance en minder operationeel ingesteld was.
"Wij hadden een keer de opdracht om een orthodoxe kerk te bekijken in dorp. Men wilde daar een foto en informatie over hebben. Ik ben met de majoor daar naartoe gereden. Het was doodstil in het dorp, dat maakte je nog scherper op gevaar.
Bij de kerk aangekomen stapte de majoor uit om de kerk beter te bekijken en een foto te maken. Ik stapte ook uit en keek rond. Op een gegeven moment was ik de majoor kwijt, dat was paniek. Je kon daar echt niet overal lopen. Het land was bezaaid met mijnen, bermbommen en boobytraps. Iedere stap die je daar op onbekend terrein zet is gevaarlijk. Ik besloot rond de kerk in het dorp te lopen. Op een gegeven moment hoorde ik vanuit een steeg een schreeuw. Ik dook plat op de grond en had mijn wapen in de hand en de vinger aan de trekker. In de steeg stond de majoor met twee dorpelingen, die hem hadden aangesproken. Tot op de dag van vandaag is dat moment nog steeds bij mij".
Jorgen reed met de majoor ook naar de diverse VN-bases in centraal Bosnië, waar zij een bezoek aan brachten. Zij brachten soms weken door op deze locaties in Banja Luka, Bugojno, Travnik, Santici en Vitez, waar diverse NAVO-landen gestationeerd waren.
"Dagelijks werden wij geconfronteerd met de oorlog. In Vitez verbleven wij voor twee dagen bij de Engelsen. Daar hoorde je rakketten door de lucht gaan en dan was het weer rennen naar de bunker om jezelf in veiligheid te brengen. Het gebeurde wel dat een raket of mortier op zo'n base terechtkwam, met alle gevolgen van dien".
De lichtbewapende VN-troepen stonden machteloos tegenover de felle strijd en etnische zuiveringen door met name Bosnische Serviërs.
Nederland stuurde in 1994 een luchtmobiel infanteriebataljon, Dutch bat I, naar de moslim-enclave Srebrenica. De missie eindigde in juli 1995 toen de enclave viel en Bosnisch-Servische troepen meer dan 8.000 Bosnische moslims vermoordden.
Hierna werd het een IFOR en SFOR-missie, door hard ingrijpen van de NAVO.
"De eerste Dutch lichting hebben wij in Split binnengehaald en opgevangen en voorzien van wapens, scherpvesten en dergelijke. Zij waren de kwartiermakers voor de base in de Srebrenica enclave, een oude accufabriek. Zij hebben geen makkelijke missie gehad. De lichtingen erna al helemaal niet, maar die verhalen kent iedereen inmiddels.
De missie heeft mij gevormd tot de persoon die ik nu ben, in positieve zin. Wel heb ik mentaal wat te verwerken gehad, maar ik ben daar goed doorheen gekomen. Nu bekijk ik het als een spannend jongensboek dat ik heb beleefd. De verhalen van toen kan ik kwijt binnen Veteranen Haarlem tijdens de inloopavond in het Veteranencafé. Het onderling begrip bij een half woord geeft een goed gevoel.
De saamhorigheid, het schouder aan schouder staan voel ik weer beetje. Dat is was veteranen onderling verbind".

